De groei van de vingerplant onder controle houden
De vingerplant is een sterke groeier, zowel binnen als buiten. In een paar jaar kan hij flink wat ruimte innemen. Zeker als de plant op een lichte plek staat of in een grote pot zit, wordt hij al snel te breed of te hoog. Door hem te snoeien, kun je de grootte en vorm bepalen. Veel liefhebbers kiezen ervoor om af en toe een of meerdere stengels helemaal terug te knippen, bijvoorbeeld tot vlak boven de grond of tot waar er nog mooie bladeren zitten. Bang zijn voor het snoeien hoeft niet: de Fatsia japonica loopt meestal snel weer uit en vormt nieuwe takken.
Wanneer en hoe kun je de vingerplanten snoeien
Vingerplanten kun je het beste in het voorjaar of de vroege zomer knippen. De dagen worden dan langer en de plant groeit sneller. Knip dode, bruine of beschadigde bladeren altijd zo snel mogelijk weg. Wil je de plant flink kleiner maken? Dan kun je één of meerdere stammen terugsnoeien tot op ongeveer een derde van hun lengte. Gebruik altijd een schone en scherpe snoeischaar. Probeer takken die kruisend groeien of uit de vorm steken te verwijderen. Op plaatsen waar je knipt, ontstaan vaak nieuwe scheuten. Dat zorgt ervoor dat de struik voller en mooier wordt. Knip niet te veel in één keer, zodat de plant genoeg blad overhoudt om nieuwe energie op te doen.
Zo help je een vingerplant herstellen na het snoeien
Na de snoeibeurt heeft deze plant wat extra zorg nodig. Zet hem op een lichte plek, maar uit de felle middagzon. Geef regelmatig water, maar maak de grond niet te nat. Tijdens de groeiperiode kun je af en toe plantenvoeding geven voor een extra steuntje. Kijk of de plant nieuwe scheuten maakt bij de knipplekken. Deze jonge bladeren zijn vaak frisgroen en stevig. Als er geen nieuwe groei zichtbaar is na enkele weken, controleer dan of de potgrond nog gezond is en pas eventueel de verzorging aan. Soms is het verstandig om oude aarde te vervangen. Naarmate de plant herstelt, groeit hij vaak mooier en steviger terug dan voor het snoeien.
Tips om de vingerplant gezond en mooi te houden
Niet alleen snoeien is belangrijk voor een mooie vingerplant. Geef hem voldoende licht, maar vermijd de felste zon. Draai de plant af en toe, zodat alle kanten evenveel licht krijgen en hij recht blijft groeien. Maak de bladeren zo nu en dan schoon met een vochtige doek. Dat voorkomt stof en helps de plant om beter te ademen. Let ook op plagen zoals spint of bladluizen. Zie je rare plekjes of beestjes, neem dan snel maatregelen. Een ruime pot en goede afwatering zorgen ervoor dat het wortelgestel gezond blijft. Als je deze simpele tips toepast en af en toe snoeit wanneer het nodig is, heb je jarenlang plezier van deze bijzondere kamerplant.
Veelgestelde vragen over vingerplant snoeien
- Hoe vaak kun je een vingerplant knippen? Het is geen probleem om een vingerplant elk jaar in het voorjaar bij te werken, zeker als hij te groot of uit model raakt. Meestal is één keer per jaar voldoende.
- Wat doe je met bruine of gele bladeren aan een vingerplant? Bruine of gele bladeren kun je gewoon wegknippen bij de basis van het blad. Haal ze weg met een schone schaar. Zo krijgt nieuwe groei meer ruimte.
- Moet je altijd direct na het snoeien plantenvoeding geven? Direct na het snoeien is extra voeding niet altijd nodig. Wacht tot je nieuwe groei ziet en geef dan eventueel wat plantenvoedsel voor kamerplanten.
- Groeit de vingerplant altijd weer uit na het knippen? Meestal groeit de vingerplant goed terug na het snoeien. Er komen vaak snel nieuwe scheuten op de plek waar je hebt geknipt, vooral in het groeiseizoen.
- Kun je een vingerplant ook in de herfst kleiner maken? In de herfst kun je dode of lelijke bladeren weghalen. Wil je de plant veel kleiner maken, doe dat dan liever in het voorjaar zodat hij sneller herstelt.